Fontainebleau mei 2015 (stukje door Jorik Bos)

2  1
Ik borstel mijn schoenen voor ik op de crashpad stap. Een routine inmiddels, maar elke keer maak ik met evenveel aandacht de zolen van mijn klimschoenen droog en schoon. Elke oneffenheid, elk korreltje zand kan er immers voor zorgen dat er een voet wegglijdt op de natuursteen. Ik pof mijn handen, voor net dat beetje meer grip (en vertrouwen). En dan moet het dan toch gaan gebeuren.
3
De geverfde pijl op de rots wijst omhoog, in de richting van de top, een goede vier meter vlakke plaat boven me. Ik pak de rand van de steen vast, mijn voeten verlaten de vertrouwde grond. Op dat moment is mijn hoofd leeg: geen agenda, geen afspraken of deadlines. Alleen nog een steen ergens in een bos in Frankrijk. Mijn voeten volgen een scheur in de rots, de millimeter-randjes die deze met zich meebrengt zijn de beste voettreden die ik hier zal vinden. Nog een pas hoger, en de scheur houdt op. Geen voettreden meer, alleen nog een vlakke plaat boven mij. Mijn rechterhand volgt de rand van de steen, speurt de zijkant van de plaat af naar oneffenheden. Elk uitstekend randje of knobbeltje steen kan genoeg zijn om net dat beetje meer grip te krijgen. Dan vindt hij iets, een kleine uitstulping. Op elke andere route zou ik deze greep negeren en naar iets beters zoeken, maar meer zit er niet.
4
Ik steek mijn hand nog een keer diep in de pofzak, als voorbereiding op wat komen gaat. Mijn vingers zoeken het ‘greepje’ weer op. Shit, dat is echt niet veel. Ik zet mijn voet zo hoog mogelijk op de vlakke plaat. Geen randjes, alleen wrijving. Voorzichtig verplaats ik mijn gewicht boven mijn voet. Het houdt. De grond is weer een meter verder weg. Niet meer vallen nu. Mijn vrije hand zoekt weer iets hoger naar houvast. De volgende greep zal wel beter zijn. Een klein randje: scherp, maar positief. Genoeg om even de onderste hand uit te schudden. Het bloed stroomt terug naar mijn vingers. Een blik omhoog: nog één pas en ik ben bij de top. De rand is dichtbij, maar nog net buiten bereik.
5
Ik weeg mijn opties af: als ik op mijn tenen ga staan, kan ik er misschien net bij. In de beweging omhoog verlies ik wel druk op mijn voeten. Als mijn vingers daarboven geen grip vinden, kan ik wegglijden. Als, als, als… Aan de andere kant, omlaag klimmen is ook geen optie. Gewoon gaan. Ik zet af, en sla mijn hand op de bovenkant van de steen. Geen randjes, alleen gladde rots. Net genoeg wrijving om te blijven hangen. De andere hand ernaast, en ik heb genoeg wrijving om mezelf aan de rand op te trekken. Mijn voeten volgen, en ik kan bovenop de rots klimmen. Gehaald!
6
Dit is een van de laatste routes van vandaag. Dadelijk even wat eten, terug naar de camping, en na een welverdiend biertje de slaapzak in. Morgen weer een dag. Leven als een god in Bleau.
7